De onbedoelde arrogantie van een eigen interpretatie

Het verheerlijken van de geschiedenis, vasthouden aan tradities of het geloof dat het alleen maar beter zal gaan in de toekomst zijn drie doodzonden voor historici. Buiten het historische veld houd men zich daar niet aan. Men komt met name het vooruitgangsgeloof overal tegen; in de kring op een verjaardag, in boeken, musea en de media. “De middeleeuwen, dat was toch een donkere onhygiënische en regenachtige periode?” Het vooruitgangsgeloof betekent dat de geschiedenis een stijgende lijn is, maar zegt daarmee indirect dat het vroeger slechter was. Deze benadering op geschiedenis heeft een arrogantie in zich verscholen die moet worden genezen.

Historici zijn er om een zo’n accuraat mogelijk beeld te kunnen beschrijven van het verleden. Zij moeten ten allen tijde objectief handelen. Het geven van inzichten of waardeoordelen op deze gebeurtenissen uit de geschiedenis is niet de taak van de historicus, maar misschien die van de politicus, kunstenaar, de schrijver of van andere professionals. Mensen hebben een eigen interpretatie van de geschiedenis en geven daarna een waardeoordeel aan de geschiedenis. Dit werkt normaliserend en is schadelijk voor de kennis van het verleden. Het hoeft echter niet schadelijk te zijn als mensen historisch bewuster worden aan de hand van de volgende punten.

Ten eerste kan een anachronistische benadering als een van de oorzaken worden gezien voor een arrogante houding tegenover het verleden. Homoseksualiteit in de middeleeuwen werd streng vervolgd, daarom waren de mensen in de middeleeuwen gek en achterlijk. Hedendaags wordt er in het algemeen anders hierover gedacht en is de tolerantie naar homoseksualiteit toe op grotere schaal aanwezig. Het heden is op deze manier moraal gezien superieur aan het verleden Deze anachronistische benadering op geschiedenis geeft een onjuiste visie op het heden. De geschiedenis moet als een ander land worden behandeld, zoals Leopold von Ranke aan historici heeft geleerd. Het verleden heeft andere normen en waarden die niet moeten worden beoordeeld zonder deze in haar context te plaatsen.

Ten tweede zijn er anno 2019 veel meer wetenschappelijke mogelijkheden vergeleken met vroeger. Satellietbeelden, embryologisch onderzoek en door de staat gefinancierde laboratoria vallen hier bijvoorbeeld onder. Deze faciliteiten zorgen dat mensen tot andere inzichten komen. Plinius de Oudere had geen beschikking tot eerdere zoölogische onderzoeken en Columbus had geen googlemaps tot zijn beschikking. Dit bracht hen tot andere uitkomsten dan wij hedendaags zouden komen, maar dat maakt hen nog niet achterlijk.

Ten derde kan er een bepaalde arrogantie worden teruggevonden in huidig taalgebruik. Waarbij ‘moderniteit’ altijd iets positief is, wordt ‘ouderwets’ gebruikt voor alles wat negatief en achterhaald is. ‘Middeleeuwse taferelen’ refereren naar zaken die hedendaags niet meer worden getolereerd en impliceert dat de middeleeuwen een periode was vol onbeschaafde situaties.

Al met al zit men vastgeroest in idealen die ze meenemen in hun beoordeling van de geschiedenis. Daarnaast mag men gebruik maken van meer wetenschappelijke mogelijkheden. Tot slot moet men bewuster omgaan met de negatief geladen taal die betrekking heeft tot het verleden. Al deze punten moeten mee worden genomen als men zich gedrongen voelt om een waardeoordeel te geven aan het verleden. Een waardeoordeel geven aan de geschiedenis is natuurlijk niet verboden, het is alleen niet noodzakelijk. Daarom is het belangrijk dat men realiseert dat een eigen interpretatie subjectief is en daarmee dus niet de algemene waarheid is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *