Goden als mascotte tijdens de vierde eeuw

Goden als mascotte tijdens de vierde eeuw

Stel je eens voor: Mark Rutte beweert in de tweede kamer dat de romeinse godin Victoria hem persoonlijk een lauwerkrans aanbood. Daarom beroept hij zich op een verlenging op het ambt van premier. Hoogstwaarschijnlijk wordt Mark Rutte als gek verklaard, maar 2000 jaar geleden zat dat anders. Hoe zat het met de leiders in de vierde eeuw, vertrouwde zij en hun volgelingen wel op goden?

Het was 28 oktober in het jaar 312. De veldtocht tegen Constantijns laatste aartsrivaal, Maxentius in het westen stond op de planning. Rome was inmiddels bereikt. De Tiber moest enkel worden overgestoken door Constantijn en zijn manschappen. De Pons Milvius zou de leiders nog even van elkaar scheiden. Er gingen namelijk geruchten rond over Maxentius’ leger. Dit leger zou veel groter en sterker zijn dan Constantijns mankracht. Constantijn realiseerde zich goed dat hij een krachtigere hulp nodig had dan dat soldaten hem ooit konden geven. Hoe sterk en groot zijn leger ook zou zijn, een god als helper kon niet missen. Hij had een bondgenoot nodig, een heus goddelijk bondgenootschap. Een specifiek voorbeeld van het grote vertrouwen dat men had in goddelijkheid is deze vooravond van de slag bij de Milvische Brug.

In de vierde eeuw heerste er onbekwame en illegale keizers. Zij kwamen niet met de goede oplossingen om de economische crisis te herstellen en druk op de grenzen op te lossen. Diocletianus, een toenmalig Romeins keizer had het rijk en keizerstitel daarom in tweeën verdeeld. Als één keizer de problemen niet kon oplossen konden twee keizers dit misschien wel, maar met meerdere keizers aan de macht ontstonden er ook nieuwe problemen. Er waren veel keizers illegaal aan de macht. De zogenaamde usurpators waren niet zeldzaam in de vierde eeuw. Maxentius, de aartsrivaal van Constantijn was een van zo’n illegale keizer. Maxentius was een tirannieke keizer die bekend stond vanwege zijn seksuele wandaden in Rome. Constantijn de Grote, had in 306 de keizerstitel wél legaal ontvangen. Op zijn politieke agenda stond het bemachtigen van alleenheerschappij in het west Romeinse rijk. Om dit te bereiken moest Rome nog worden bevrijd van Maxentius. Er was alleen een probleem. Hij had naar verluid geen genoeg mankracht om de tiran te verslaan. Vlak voor de strijd begon Constantijn met het zoeken van een nieuwe god als helpende hand.

Gezocht: Goddelijk bondgenootschap

Als we Eusebius moeten geloven is Constantijns zoektocht naar een geschikte, goddelijke bondgenoot bijna analytisch te noemen. Eusebius, tijdgenoot van de keizer, bisschop van Caesarea, maar voornamelijk bekend als schrijver van de voornaamste werken over de keizer. Constantijns keizerlijke voorgangers hadden altijd een god als patroon aangenomen tijdens oorlog, echter kregen ze vaak met tegenslagen te maken. Hier zat Constantijn niet op te wachten, hij besloot naar zijn vader te kijken. Zijn vader was in Constantijns ogen een succesvol man. De god van zijn vader zou daarmee geschikt zijn in Constantijns strijd tegen de tirannie. Het is bijna te vergelijken met het uitkiezen van een geschikte politieke partij vlak voor de Tweede kamer verkiezingen. Na de keuze voor de god van zijn vader, vermoedelijk de Christelijke god, bad hij enkel en alleen tot deze god.

Tijdens een van zijn vurige gebeden tot de god van zijn vader was daar het begin van een legende: het befaamde visioen van Constantijn. Het algemeen erkende verhaal luidt dat de keizer op het midden van de dag aan de hemel een kruisvormig teken zag. Onder dit kruis stonden de Griekse woorden ‘εν τουτοι νικα’ dat ‘over win hierdoor’ betekent.

Het visioen van Constantijn met de griekse woorden εν τουτοι νικα , afgebeeld door Rafael, Vaticaanse Museum.

Hij zou verbijsterd en verbaasd zijn. Dat was niet het enige, na zijn visioen kreeg Constantijn een droom. Die nacht zag hij het eerder waargenomen teken te zien. In de droom kreeg Constantijn het bevel om het teken af te beelden tijdens zijn strijd tegen Maxentius. De tijdgenoot en schrijver Lactantius beschreef dat Constantijn het waargenomen teken liet weergeven op de schilden van zijn soldaten, zodat de vijand meteen wist welke god aan Constantijns kant stond. Dit zegeteken, staat nu bekend als het Christusmonogram.

De volgende dag was Constantijn verzekerd bovenmenselijke hulp, waarop hij met zijn nieuwe bondgenoot de Tiber overstak. Het werd een alles beslissende slag. Constantijns leger leidde zwaar verlies, maar geluk bij een ongeluk stortte de Milvische brug in. Maxentius’ soldaten kwamen met ruiterij en al in de de rivier terecht. Vele werden vermoord of gevangen genomen. Maxentius wist ook niet te ontsnappen en verdronk in de Tiber. Het hoofd van Maxentius werd vervolgens op een speer gezet en vertoond in Rome. De tirannie was verslagen door de hulp van Constantijns mascotte, een goddelijke bondgenootschap.

De slag bij de Pons milvius op de boog van Constantijn in Rome

Deze versie is slechts een van de vele circulerende verhalen over Constantijns visioen en zijn droom. Dit verhaal is afkomstig uit de Vita Constantini van Eusebius en het werk over de de dood van de vervolgers van Lactantius.

Het legendarische verhaal liep als een lopend vuurtje. Van mond tot mond werden de verschillende verhalen over de Keizer’s visioen uitgewisseld. Dat het verhaal populair was is nog steeds merkbaar. Het legendarische verhaal is niet alleen terug te vinden in geschreven bronnen, ook in de kunst en architectuur is de gebeurtenis vereeuwigd Op de boog van Constantijn in Rome staat de gebeurtenis van Milvische Brug afgebeeld en staat er een lovende inscriptie met de tekst: “Aan Imperator Caesar Flavius Constantijn de Grote, de vrome, de gelukkige, Augustus; van de Senaat en het Volk van Rome. Aangezien hij door ingeving van de godheid en grootheid van geest, samen met zijn leger, de staat in één keer zowel tegen de tiran als tegen heel diens kliek heeft gewroken met gerechtvaardigde wapens, is aan hem deze gedecoreerde triomfboog gewijd.” Het laat duidelijk de vierde eeuwse mentaliteit zien. De overwonnen tirannie is mede mogelijk gemaakt door goddelijke ingeving.

De lovende inscriptie op de boog van Constantijn

Voor ieder wat wils

Deze gedachtegang is hedendaags minder dominant. Vanuit ons optiek worden oorlogen voornamelijk gewonnen door militaire technieken en geavanceerde wapens. Niet omdat Nederlandse defensie het christusmonogram op de wapenuitrusting heeft afgebeeld. Constantijns zoektocht naar een bondgenoot lijkt nu vreemd. Als deze met de context van de vierde eeuw wordt bekeken is dit juist een normale zaak. Voor elk probleem, of orde stond er een god centraal. Apollo stond bekend als reddende god, Juno was er voor het huwelijk en Mars was representatief voor de oorlog. Het is slechts een kleine opsomming uit de Romeinse godenwereld. De romeinse goden hadden naar verluid invloed op het leven van de gewone man, maar ook op de oorlogen van grote keizers. Zoals we bij Constantijns veldtocht zien. Verschijnselen zoals droogte en een slechte oogst werden niet verklaard met klimatologische aspecten zoals wij dat nu doen. Men dacht eerder dat dit kwam omdat zij zich niet strikt aan de vastendag van de godin van de akkerbouw hielden. In de oh zo donkere, vierde eeuw werden de problemen van het rijk behandeld door meer te gaan offeren aan de staatsgodsdienst. Het werd zelfs een verplicht en streng gecontroleerd ritueel. Deze gedachtegang was de norm in het rijk. De goden moesten constant tevreden worden gesteld en daarom konden offerrituelen niet worden vermeden. Constantijns keuze en zoektocht voor een goddelijk bondgenootschap als mascotte in zijn strijd is daarmee een subliem voorbeeld van de vierde eeuwse mentaliteit. De samenleving was diep verstrengeld met de romeinse godsdienst. Zij hadden een groot vertrouwen in de bovenmenselijke macht en borduurde hier hun samenleving op voort.

Leave a Reply

Your email address will not be published.